Zorg ervoor dat de laatste versie van de Optimize Tools is geïnstalleerd!


Installeren programmatuur en data bestanden Optimize NLCS CE

(versie van screenshots kan afwijken).


Bij gebruik van de installatie executable van Optimize NLCS CE wordt tevens de installatie van Optimize Plot CE uitgevoerd. Dit is niet het geval bij gebruik van de MSI’s zoals later in dit document is beschreven. De MSI voor NLCS en Plot zijn nu losse bestanden i.p.v. een samengevoegde MSI zoals voorheen.

De database structuur is met 5.20.42.0 veranderd. Zijn er geen aanpassingen in de client database doorgevoerd door de functioneel/applicatie beheerder van de software, kan de installatie gewoon worden uitgevoerd.

Zijn er wel aanpassingen doorgevoerd en was de versie van vóór 5.20.42.0, neem dan contact met onze supportdesk. (Er wordt gewerkt aan een update plan/document voor dergelijke situaties).


Voer de Setup-ToolOptimizeNLCS.exe uit als Administrator.

Dit scherm wordt getoond.


Hier stel je de locaties voor de programmatuur en de data bestanden in. 

Dit kan het makkelijkst door de Optimize.cfg van Optimize Tools te selecteren. In dit bestand staan namelijk de gewenste locaties al ingesteld. 


De betreffende regels voor Optimize kunnen ook in de standards.cfg of een [klanteigen].cfg voorkomen.


Klik op de Browse knop (…) achter het invoerveld voor de locatie van Optimize.cfg.


Ga naar de folder waar het bestand Optimize.cfg staat. Dit kan bijvoorbeeld de volgende folder zijn: C:\ProgramData\Bentley\MicroStation CONNECT Edition\Configuration \WorkSpaces


Selecteer het bestand Optimize.cfg en klik op Openen.


De gevonden paden worden nu ingevuld in het scherm.

Deze paden zijn veelal de volgende:

Programmatuur:

C:\Program Files\TPG\Optimize\

Data bestanden:

C:\ProgramData\TPG\Optimize\


Als er geen Optimize.cfg gevonden kan worden of als er op Annuleren geklikt is dan worden de default paden ingevuld en kan de gebruiker eventueel zelf een locatie kiezen door op de Browse knoppen (…) te klikken.

Nadat de locaties (paden) zijn ingevuld kun je de  opties instellen. Allereerst kun je instellen hoe de programmatuur en de data bestanden moet worden geïnstalleerd.

Update: Nieuwe onderdelen worden in de ingestelde folders geïnstalleerd. Eventueel aanwezige overige bestanden in deze folders blijven behouden.

Schone installatie: Nieuwe onderdelen worden in de ingestelde folders geïnstalleerd. Eventueel aanwezige overige bestanden in deze folders worden verwijderd.

Niet installeren: er worden geen onderdelen geïnstalleerd.


De Client data onderdelen (dit zijn de onderdelen die mogelijk door de gebruiker zijn aangepast, zoals b.v. een cell library of een configuratiebestand) worden standaard in een backup folder gekopieerd voordat de nieuwe onderdelen worden geïnstalleerd. 

De gebruiker kan zelf de backup folder kiezen. Default folder is de TEMP folder. 

Het is mogelijk de te gebruiken backup folder vooraf te definiëren, dit kan met behulp van de Windows environment variabele OPTIMIZE_SETUP_BACKUP_FOLDER. 

Geef deze variabele als waarde de gewenste folder.

Als de schakelaar Backup verwijderen aan staat dan zal de backup na afloop van een succesvol verlopen installatie proces worden verwijderd (en is er dus geen backup meer aanwezig).


Als alle paden en opties zijn ingesteld kan de setup daadwerkelijk worden uitgevoerd. Klik op Start installatie om de installatie uit te voeren.
De installatie wordt nu uitgevoerd. Relevante meldingen (fouten of andere statusmeldingen) worden in het Meldingen deel getoond.
Met de Sluit knop wordt het scherm gesloten.