De applicatie maakt gebruik van celllibraries, resource bestanden, dgnlibs, fonts enzovoorts.

Deze data staat in een zogenaamde ‘MicroStation’ structuur.

Vanuit het BIM loket wordt data aangeleverd, TPG heeft eigen data (bijvoorbeeld symbolen, celllibraries, linestijlen) toegevoegd en de klant kan ook eigen data willen toevoegen.


In de applicatie worden deze drie typen bron data gescheiden van elkaar opgeslagen.  

Er is voor elk een zogenaamde ‘MicroStation’ structuur beschikbaar.


In de applicatie wordt gewerkt met een zogenoemde BIM-, Optimize- en client omgeving.

De applicatie weet wat wanneer te gebruiken door onder andere gebruik te maken van configuratie variabelen en door de onderliggende software.