Werkmethode zoals beschreven in de NLCS


Casus: project waarin sprake is van een bestaande situatie (de ondergrond van de gemeente), een vervallen situatie (opruimingstekening) en een nieuwe situatie (bestektekening).

 

  1. De bestaande situatie wordt als referentie onder een nieuwe tekening (de opruimingstekening) geplaatst. De lagen van de bestaande situatie worden allen op een grijstint gezet. Hierdoor zijn ze te onderscheiden van nieuw tekenwerk t.b.v. de opruimingstekening.
  2. De vervallen situatie wordt ingetekend in de normale laagkleuren van de V-lagen in de NLCS.
  3. De vervallen situatie wordt weer als referentie onder een nieuwe tekening geplaatst (de bestekstekening). De lagen van de referentietekening worden weer op grijstinten gezet.
    Hierdoor is de vervallen situatie te onderscheiden van de nieuwe situatie in de bestekstekening.


     

Het is uiteraard mogelijk (en toegestaan) om andere kleurstellingen dan grijstinten te gebruiken in de referentielagen.

(Ontleend aan de formele beschrijving van de NLCS).