Kies vanuit het hoofdvenster een hoofdgroep en klap die eventueel verder uit.

Het is niet mogelijk om te tekenen op Hoofdgroep-niveau, maar door het uitklappen zie je welke objecten er onder die hoofdgroep vallen. 

In veel gevallen kun je de objecten nog verder uitklappen naar sub-objecten, sub-sub-objecten etc.

Zo kun je het object Kantverharding tekenen in Hoofdgroep Verhardingen, deze krijgt de laagnaam: 

    N-WE-VH-KANTVERHARDING-G

Maar je kunt ook nog verder 'verfijnen' door bijvoorbeeld het sub-object Trottoirband te kiezen: 

    N-WE-VH-KANTVERHARDING_TROTTOIRBAND-G

Daaraan kun je ook nog de afmetingen toevoegen:   N-WE-VH-KANTVERHARDING_TROTTOIRBAND_130 150-G, en misschien de bewerking:  

    N-WE-VH-KANTVERHARDING_TROTTOIRBAND_130 150-OP DE KOP-G

Je kunt je voorstellen dat je gedurende het project steeds meer informatie krijgt die je kunt toevoegen. Dat noemen we 'Opwaarderen'.

Onder in het hoofdscherm (in de grijze regel) is de naam van de laag N-WE-VH-KANTOPSLUITING_TROTTOIRBAND-G/S al zichtbaar,  deze wordt nog niet direct aangemaakt. Dat gebeurt op het moment dat je een plaatsingscommando selecteert. 

Deze plaatsingscommando's zie je in het scherm dat verschijnt nadat je een object selecteert in het middelste vak van het Hoofdscherm.

Hier kun je kiezen om een Smartlijn, lijn of boog te tekenen.

Nadat bijvoorbeeld de knop “Plaats smartlijn” is aangeklikt, wordt het standaard dialoogscherm “Place SmartLine” van MicroStation actief, dus je kunt gebruik maken van alle mogelijkheden die het Place Smartline commando heeft..

'Place line' start het Place Line commando op.

en 'Place Arc' natuurlijk het Place Arc commando.