Met Optimize kun je maatvoering plaatsen waarvan de symbology en de tekstkenmerken door de NLCS zijn bepaald. 

In het dialoogvenster NLCS Maatvoering staan verschillende manieren om maatvoering te plaatsen.

In de volgende paragrafen gaan we die één voor één doorlopen.


Het plaatsen van lineaire maatvoering

Met dit commando plaats je een lineaire maatvoering.

Geef het startpunt, eindpunt en bepaal de lengte van de extensie lijn en accepteer, hierna is de maatvoering geconstrueerd. 

De functie blijft actief en als je dat wil kun je hierna nog één of meerdere maatvoeringen eraan vast tekenen. MicroStation ziet ze daarna als één maatvoering.

 

Dimension Element

Het plaatsen van maatvoering op een geselecteerd object.

Deze maatvoering begint altijd met het selecteren van een object en kan dus niet gebruikt worden om de afstand tussen twee elementen te maatvoeren.

Bocht lengte

Het plaatsen van maatvoering bij een boog, in dit geval wordt de lengte van de boog gemeten.

Geef het startpunt en het eindpunt van de maatvoering en bepaal de plaats van de maatvoering. Als je wil kun je meteen aansluitend nog één of meer maatvoeringen bij de boog plaatsen.



Straal

Het plaatsen van een straal bij een boog of cirkel.

Selecteer het object en bepaal de positie van de maatvoering.

 

Hoek

Het plaatsen van maatvoering voor het bepalen van een hoek.

Selecteer de eerste lijn dan de tweede lijn en bepaal de positie voor de te plaatsen maatvoering.


Metrering

Het plaatsen van metrering bij bijvoorbeeld een profiel.

Bijbehorend scherm verschijnt:

  1. Selecteer het startpunt.
  2. De functie meet de lengte van het eerste lijnstuk en zet dat in het vakje 'Max. afstand'.
  3. Klik op verschillende plekken om de afstand tot het startpunt te maatvoeren.
  4. Is de Maximale afstand groter dan in het vakje achter 'Max. afstand' staat dan klik je op je rechter muisknop en geeft zelf in de tekening de Max. afstand op.
  5. Denk eraan om in het startpunt te klikken als je de nulwaarde ook in je maatvoering wil zien.

 

Opties

Hiermee wordt op elk punt dat je klikt een pijl geplaatst met de gemeten afstand tot het startpunt.

Hiermee teken je alleen lijntjes vanuit punten naar de startlijn toe.

Als je beide opties tegelijk aanzet dan worden er lijntjes getekend met daar tegenover de pijlen met de gemeten afstand. Er moet altijd één van de twee aan staan.

In het vak eronder staan ook nog 3 opties:


Met deze knop verplaatst het startpunt zich naar het andere eindpunt van het lijnstuk. 

>Wissel de plaatsing van de maat van links naar rechts van de lijn.

Start het standaard MicroStation commando voor Ordinates/metrering op.

 

Dimension Audit


De MicroStation functionaliteit voor het checken van maatvoeringen. Alle maatvoeringen worden gecontroleerd aan de hand van de instellingen:


Overige NLCS Maatvoering-instellingen

 

Maat

Hier stel je in of de maatvoering in meters of millimeters wordt weergegeven. Door het vakje label aan te vinken wordt de eenheid erachter de maat geplaatst.

De teksthoogte wordt automatisch aangepast worden aan de hand van de status. 

Status Bestaand: 1.8mm of status Nieuw: 2.5mm

De teksthoogte wordt niet automatisch aangepast en wordt volledig door de gebruiker bepaald.

 

Vorm


Hier kies je de uiteinden van de maatvoeringslijnen. Keuze uit 'Pijl', 'Schrap', 'Bol' en 'Openbol':


Pas de vorm aan conform NLCS.

De vorm wordt niet automatisch aangepast en wordt volledig door de gebruiker bepaald.

 

Handig!

Als je een vorm kiest met je rechter muisknop, krijg je de vraag of je deze als standaard wilt instellen. Zo hoef je in het vervolg de vorm niet meer te kiezen.

 

Cursief

Met deze optie maak je de maat cursief.

Past het cursief staan van de maat automatisch aan, aan de instelling van de Status.  Bestaand is altijd cursief.

Het cursief zijn wordt niet automatisch aangepast en wordt volledig door de gebruiker bepaald.

 

Aanhaallijn

Hiermee maak je de aanhaallijnen van de maatvoering lang (tot aan het gemeten object). Je kunt ook nog kiezen hoe de aanhaallijnen eruit moeten zien. De cijfers verwijzen naar de 'internal linetypes' van MicroStation:


Maat onderstrepen

Hiermee onderstreep je de maattekst. 


 

Overige iconen

Match Dimension Element.

Change Dimension.


De iconen in het vak zijn allemaal voor het wijzigen van maatvoeringen:


Maat invoegen

Insert dimension, voor het toevoegen van een maatvoering aan een bestaande maatvoering.

Maat verwijderen

Delete dimension, voor het verwijderen van een maatvoering uit een reeks maatvoeringen.

Maat verplaatsen

Modify dimension, Je kunt de maatlijn (dimension line) verplaatsen, de tekst verplaatsen en de aanhaallijnen (extensionlines) verplaatsen.

Maattekst Rechtop

conform View

Maattekst rechtop zetten conform de view (voor maten die ondersteboven staan).

Maat opnieuw koppelen

Reassociate dimension

 

Tabbladen

Aan de onderrand van het scherm zie je 3 tabbladen. Deze tabbladen bepalen op wat voor tekstlaag je tekst terechtkomt:

Objectde tekstlaag wordt gemaakt op objectniveau, dat betekent dat er een tekstlaag wordt aangemaakt die specifiek past bij het object.
Voorbeeld: N-BH-VH-KANTOPSLUITING_TROTTOIRBAND_115 225-T25 
(T25 op het einde van de laagnaam betekent dat de teksthoogte 2.5mm gekozen is).
Hoofdgroep
de tekstlaag wordt gemaakt op hoofdgroep-niveau, dat betekent dat op die laag alle teksten kunnen komen voor de lagen met dezelfde hoofdgroep.
Algemeen
hiermee maak je een laag die algemeen is en voor alle teksten in een tekening gebruikt kan worden.
Voorbeeld: X-XX-AL-T25.


De standaardinstelling is 'Hoofdgroep' omdat dit de voorkeur heeft binnen NLCS.