Het hoofdscherm van de plottool ziet er als volgt uit:

Je begint met het kiezen van de gewenste schaal, het gewenste papierformaat en de gewenste stempelcel.


Schaal

De schaal die je kiest, is de schaal van een deel van de tekening. Verderop kun je de plotcompositie nog aanvullen met delen van de tekening in andere schalen (bijvoorbeeld details of overzichtstekeningen).

De applicatiebeheerder kan hieraan nog extra schalen toevoegen (of weghalen).


Formaat

Kies hier het papierformaat dat je wil gebruiken. De lijst met papierformaten kan naar wens door de applicatiebeheerder aangevuld worden met binnen jullie organisatie gebruikte formaten.

Het papierformaat wordt gebruikt voor de sheet model, maar er wordt ook meteen een passend kader op de sheet geplaatst.

(de kaders die je hier ziet zijn de meegeleverde NLCS-kaders, maar de applicatiebeheerder kan hier ook jullie eigen formaten/kaders inzetten).


Stempel

Hier zet de applicatiebeheerder de stempels/onderhoeken van jullie organisatie neer.


Print

Met deze knop wordt het standaard plot-commando van MicroStation opgestart.



De instellingen voor de Plot Tool vind je in de configuratiehandleiding.