Update clip boundary


De knop   “Update clip boundary” is bedoeld om een verversing van de legenda, detail en noordpijl door te voeren als deze niet goed is weergegeven. 


Legenda

 

In het 3e tabblad ‘Aankleden Sheet Model’ is onder andere het maken van de Legenda ondergebracht.

Het Legenda scherm ziet er als volgt uit:

Het kan voorkomen dat het scherm niet helemaal zichtbaar is (bij bepaalde Beeldscherminstellingen van Windows):

In dit geval kan het scherm eenvoudig worden vergroot door aan een van de hoekpunten te “trekken”.

In de volgende paragrafen beschrijven we alle mogelijke instellingen van bovenstaand legenda-scherm.


Werkwijze legenda plaatsen

Het commando “Legenda” werkt als volgt:

  1. Zet desgewenst de beschikbare opties aan of uit en stel eventueel een filter in op de NLCS status. Zie de meegeleverde configuratie handleiding voor een beschrijving hoe de standaardwaarden van de opties kunnen worden ingesteld.
  2. Het commando “Maak legenda” start de functionaliteit om een legenda te genereren met de ingestelde waarden. De legenda bevat alleen die elementen die daadwerkelijk in het Sheet Model voorkomen. De legenda “hangt” nu aan de cursor en kan in het Sheet Model worden geplaatst.
  3. Als er tijdens het plaatsen opties anders worden ingesteld dan wordt dit niet direct in de legenda die op dat moment geplaatst wordt doorgevoerd. Start in dit geval de functie opnieuw door op “Maak legenda” te klikken.

  

Tip

Als een legenda te groot is voor het kader dan is het mogelijk om de legenda te 'droppen' (standaard MicroStation-functionaliteit) en naar wens in stukken op te delen. Verandert er daarna nog iets in de legenda dan gooi je de stukken weg en genereer je een nieuwe legenda.

 

 

Legenda verversen

 

Het commando “Ververs legenda” regenereert de geplaatste legenda met de ingestelde waarden.


Het commando “Sluit” sluit het Legenda scherm.



Detail/Overzicht


 

Met deze functie kan een detail of overzicht worden gemaakt. Een detail en een overzicht is in principe hetzelfde, het is een deel van Design Model dat in een Sheet Model kan worden toegevoegd (detail/overzicht wordt dus altijd in Sheet Model geplaatst). In dit document zal voor het gemak over een detail gesproken worden, hier wordt dus zowel een detail als een overzicht mee bedoeld.

Technisch gezien is een detail een al dan niet verschaalde en geroteerde Reference File.

Er zijn twee methodes om details te maken: door in het Sheet Model een Fence te plaatsen of door in het Design Model een Fence te plaatsen.

Als er een Fence in het Sheet Model geplaatst is dan zal het detail exact in dit gebied worden geplaatst. De gebruiker kan dynamisch het gebied in het Design Model aangeven dat in het aangegeven gebied moet verschijnen (eventueel na verschaling).

Als er een Fence in het Design Model geplaatst is dan zal het detail exact dit gebied bevatten. De gebruiker kan daarna in het Sheet Model aangeven waar het aangegeven gebied moet worden geplaatst (eventueel na verschaling).

 

Beschrijving scherm onderdelen

  

 

Knop waarmee een Fence geplaatst kan worden, en wel met een van de drie methodes:

  • Blok (rechthoek)
  • Vrije vorm
  • Cirkel

Bij deze fences wordt de hoek van de uitsnede in het sheetmodel gebruikt.


Knop waarmee het actieve Sheet Model kan worden “ververst”. Het Sheet Model wordt opnieuw getoond en alle clipping en masking elementen worden geactualiseerd. Dit is b.v. nodig nadat er een Detail is verplaatst. 

 

Knop waarmee het “Clipping Element” (de Clipping Boundary van de Reference File) verplaatst kan worden. Het Clipping Element (de begrenzing) zelf dient geselecteerd te worden.

 

Knop waarmee het “Clipping Element” (de Clipping Boundary van de Reference File) aangepast kan worden. Het Clipping Element (de begrenzing) zelf dient geselecteerd te worden.

 

Knop waarmee het detail verplaatst kan worden. Hiermee wordt zowel de Reference File als het “Clipping Element” verplaatst. Selecteer hier niet het Clipping Element maar een willekeurig element in het detail.

 

Knop waarmee het detail verwijderd kan worden. Hiermee wordt zowel de Reference File ontkoppeld/ detached als het “Clipping Element” verwijderd. Selecteer hier niet het Clipping Element maar een willekeurig element in het detail.

 

Knop waarmee het standaard MicroStation “References” scherm kan worden geopend of gesloten (aan/uit schakelaar).

 


Sluit het ”Plot Detail/overzicht” scherm.

 

Tijdens het definiëren van het detail ziet het scherm er anders uit.

Allereerst verschijnt het volgende scherm:

Hier kan het model worden gekozen waarin een Fence geplaatst moet worden.

Als Design Model actief is op het moment dat de Plot Detail geactiveerd wordt dan zullen alle aanwezige Sheet Models in de lijst worden getoond. Als er een Sheet Model actief is dan zal Design Model de in lijst worden getoond.

Na het plaatsen van een Fence zal het volgende scherm verschijnen:

Nu kan het detail in het gekozen Sheet Model worden geplaatst.

 

Keuzelijst waarmee de gewenste detail schaal kan worden ingesteld.

 

Schakelaar waarmee gebruik Annotation Scale in het detail kan worden aan- of uitgezet.

 

Schakelaar waarmee aangegeven kan worden of de begrenzing van het detail wel of niet geplot moet worden.

 


Knop waarmee de actie afgebroken kan worden.

 

Werkwijze aanmaken detail

 

 Begin met “Plaats fence” knop (het maakt niet uit of Design Model of Sheet Model actief is)

  • Plaats nu een Fence (b.v. een block) in het actieve model
    • Als kader cell geroteerd is of als view geroteerd is: de methode “Blok” maakt een Fence door een geroteerd blok te plaatsten (horizontaal evenwijdig aan onder/boven kant kader cell)
    • Als je Fence in sheet model plaatst dan bepaalt het Fence gebied de locatie waar detail (uit Design Model) zal worden geplaatst (en inhoud van wat er in het detail moet komen wordt pas in volgende stap bepaald)
    • Als je Fence in Design Model plaatst dan bepaalt het Fence gebied het gebied dat als detail moet worden gebruikt (en de locatie waar dit detail moet worden geplaatst wordt pas in volgende stap bepaald)

 

  • Als Fence geplaatst is dan zal het “Selecteer Model” schermpje verschijnen.

    • Als Fence in sheet model is geplaatst dan kan er een Design Model worden gekozen in het schermpje.
    • Als Fence in Design Model is geplaatst dan kan er een sheet model worden gekozen in het schermpje.
    • Kies door een model uit de lijst te selecteren of door op Ok te klikken

 

  • Nu wordt het “Definieer locatie detail/overzicht” schermpje getoond en kan gebruiker dynamisch het “Fence begrenzingsgebied” plaatsen (hangt aan de cursor)


     
    1. Als gestart is vanuit sheet model: plaats gebied in Design Model om aan te geven welk deel van Design Model in detail moet worden getoond
    2. Als gestart is vanuit Design Model: plaats gebied in sheet model om aan te geven waar het detail in het sheet model moet worden geplaatst

 

Als de Annotation Scale van het Design Model b.v. 1:200 is dan zal de “Detail schaal” initieel ook op 1:200 staan. Deze schaal kan in het bijbehorende scherm worden aangepast. Als de gebruiker de schaal op b.v. 1:2000 wordt gezet dan zal het Fence gebied (de dynamische polygoon die aan de cursor “hangt”) een factor 10 groter worden. Als gebruiker 1:100 kiest dan zal de dynamische polygoon half zo groot worden.

Voorbeeld van dynamisch plaatsen Fence gebied:

Resultaat na een datapunt is een detail dat in het Sheet Model geplaatst is:

 

In MicroStation termen is er nu een Reference File aan het Sheet Model toegevoegd:

 


 

Opmerkingen

 

  • Plaats Fence – Blok methode:

Deze plaatsingsmethode zal automatisch eerst de horizontale afstand laten definiëren en daarna de verticale. Hierbij wordt rekening gehouden met de rotatie van het actieve Model. Als Sheet Model actief is en dit Model is geroteerd dan zal het Fence blok ook onder deze hoek worden getekend.

 

  • Plotbare / Niet plotbare detail grens:

Optimize Plot zal altijd een begrenzing om het detail plaatsen (een Shape element). Dit element wordt op een vaste laag geplaatst. 

Voor een niet zichtbare begrenzing (op plot) is dit X-XX-AL-TEKENBLAD_VIEWPORT-G

Voor een zichtbare begrenzing (op plot) is dit X-XX-AL-TEKENBLAD_VIEWPORT_PLOTBAAR-G

Het Shape element wordt “By Level” geplaatst, door de Level eigenschappen in de Level Manager aan te passen kan de symbology naar wens worden aangepast.

 

 

Noordpijl plaatsen

 

Het is nu ook mogelijk de noordpijl te plaatsen vanuit het Optimize Plot scherm (vanuit het “Aankleden Sheet Model” tabblad). 

De functie plaatst de door de gebruiker gekozen noordpijl ongeroteerd in de tekening. De cell wordt op het level “X-XX-AL-ORIENTATIE-S” geplaatst. 


Schaalbalk plaatsen

Het is nu ook mogelijk een schaalbalk te plaatsen vanuit het Optimize Plot scherm (vanuit het “Aankleden Sheet Model” tabblad). 

 

De functie plaatst de door de gebruiker gekozen schaalbalk in de tekening. De cell wordt op het level “X-XX-AL-TEKENBLAD_SCHAALBALK-S” geplaatst. 

 

Configuratie instellingen

Zie de meegeleverde configuratie handleiding “Optimize Plot CE v6.22.17.0. Configuratiehandleiding.pdf”. Hierin worden uitvoerig alle configuratie opties beschreven.